Ruime meerderheid voor hervorming
Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer de Wet werkelijk rendement box 3 aan. Van de 150 Kamerleden stemden er 93 voor. Daarmee werd de geplande invoering per 1 januari 2028 een belangrijke stap waarschijnlijker.
De wet vervangt het structurele forfaitaire systeem door een heffing die in hoofdzaak aansluit bij werkelijke inkomsten en waardeveranderingen.
Hoofdregel en uitzonderingen
Voor liquide beleggingen geldt doorgaans een vermogensaanwasbelasting. Koersstijgingen en koersdalingen tellen jaarlijks mee, ook zonder verkoop. Rente, dividend en bepaalde kosten worden eveneens verwerkt.
Voor onroerende zaken en kwalificerende belangen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting. De waardeontwikkeling wordt daar in beginsel belast wanneer de winst wordt gerealiseerd.
Eerste Kamer krijgt beslissende rol
Na de stemming ging het voorstel naar de Eerste Kamer. Die beoordeelt vooral de juridische kwaliteit, uitvoerbaarheid en samenhang van de wet.
De tijdsplanning bleef strak. Banken, verzekeraars en de Belastingdienst hebben voorbereidingstijd nodig. Tegelijk kondigde het kabinet aan mogelijke verbeteringen te onderzoeken, waardoor het voorstel nog via een novelle of ander aanvullend wetsvoorstel kon worden gewijzigd.
Reacties
Deel uw kijk op het artikel. Houd het inhoudelijk, respectvol en vrij van persoonsgegevens. Lees meer over privacy en moderatie.
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste die inhoudelijk reageert.