Grafieken en begrotingscijfers liggen verspreid op een vergadertafel.

Kabinet onderzoekt alternatieven voor hoger box 3-forfait

Het kabinet brengt opties in kaart voor de jaren 2026 en 2027. Centraal staat de vraag hoe de opbrengst op peil blijft zonder beleggers onevenredig zwaar te belasten.

Discussie over dekking van het uitstel

Doordat de nieuwe box 3 pas in 2028 ingaat, mist de overheid in de overgangsjaren belastingopbrengsten. Het kabinet had daarom voorgesteld het forfait voor overige bezittingen te verhogen en het heffingvrije vermogen te verlagen.

Na kritiek uit de Tweede Kamer werden alternatieven onderzocht. Op 2 april 2025 informeerde de staatssecretaris de Kamer over mogelijke keuzes voor 2026 en 2027.

Effect op beleggers en vastgoedbezitters

Een hoger forfait raakt vooral mensen met aandelen, obligaties, verhuurd vastgoed en andere bezittingen die niet als banktegoed gelden. Zij betalen onder de standaardberekening belasting over een verondersteld rendement, ongeacht het resultaat dat zij werkelijk behalen.

De tegenbewijsregeling beperkt het risico op een te hoge heffing, maar vraagt wel een volledige berekening en onderbouwing. Daardoor kan een budgettaire maatregel op papier eenvoudig lijken, terwijl de uitvoering voor belastingplichtigen ingewikkelder wordt.

Overgangsjaren blijven onzeker

De discussie liet zien dat 2026 en 2027 geen rustige tussenperiode zouden worden. Tarieven, forfaits en vrijstellingen konden nog wijzigen via het Belastingplan.

Voor vermogensplanning werd het daarom belangrijk om niet alleen naar de toekomstige wet van 2028 te kijken. Ook de tijdelijke regels bepalen de netto-opbrengst van sparen, beleggen en vastgoed in de jaren daarvoor.


Praat mee

Reacties

0 reacties

Deel uw kijk op het artikel. Houd het inhoudelijk, respectvol en vrij van persoonsgegevens. Lees meer over privacy en moderatie.

Maximaal 750 tekens0 / 750
Emoji toevoegen

Turnstile helpt geautomatiseerd misbruik tegen te gaan.

Gesprek