Hoofdkeuze blijft overeind
Op 24 januari 2025 reageerde het kabinet op het kritische advies van de Raad van State. De conclusie was dat het wetsvoorstel, ondanks de nadelen, de beste optie bleef om vanaf 2028 werkelijk rendement te belasten.
De hoofdregel is een vermogensaanwasbelasting. Jaarlijkse inkomsten en waardeveranderingen worden belast, ook wanneer een belegging nog niet is verkocht. Voor vastgoed en bepaalde aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardestijging pas bij realisatie wordt belast.
Geen eenvoudig alternatief
Een volledig stelsel op basis van vermogenswinst klinkt aantrekkelijk omdat belasting pas bij verkoop verschuldigd is. Het kabinet wees echter op uitstelgedrag, langdurige administratie van historische aankoopprijzen en mogelijke budgettaire schommelingen.
Een terugkeer naar een aangepast forfaitair stelsel zou eenvoudiger zijn, maar blijft kwetsbaar wanneer de uitkomst te ver afwijkt van het werkelijke rendement. Daarmee zou het juridische probleem achter de box 3-arresten niet definitief zijn opgelost.
Verdere uitwerking richting Kamer
Het kabinet kondigde aan de toelichting en uitvoering verder te verbeteren voordat het voorstel bij de Tweede Kamer werd ingediend. Daarbij bleef aandacht nodig voor liquiditeitsproblemen, verliesverrekening en gegevenslevering.
Voor beleggers werd hiermee duidelijk dat jaarlijkse koerswinsten waarschijnlijk onderdeel van de heffing zouden blijven. Voor vastgoedbezitters bleef juist het moment van verkoop centraal staan.
Reacties
Deel uw kijk op het artikel. Houd het inhoudelijk, respectvol en vrij van persoonsgegevens. Lees meer over privacy en moderatie.
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste die inhoudelijk reageert.