Nieuwe doorbraak in het box 3-dossier
Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad in meerdere zaken dat belastingplichtigen aanvullend rechtsherstel moeten kunnen krijgen wanneer hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Dat oordeel had grote gevolgen. Het eerdere herstel werkte nog steeds met forfaits voor spaargeld, overige bezittingen en schulden. Volgens de Hoge Raad kan ook die methode leiden tot een te hoge belastingdruk.
De belastingplichtige levert tegenbewijs
Wie een lager werkelijk rendement heeft behaald, moet dit aannemelijk maken. Het gaat daarbij om het rendement op het totale box 3-vermogen in een jaar. Positieve en negatieve resultaten tellen mee.
De uitspraak maakte een tijdelijke tegenbewijsregeling noodzakelijk. De overheid moest een proces ontwerpen waarmee grote groepen belastingplichtigen hun werkelijke rendement konden doorgeven en mogelijk belasting konden terugkrijgen.
Gevolgen voor het nieuwe stelsel
De hersteloperatie legde direct beslag op mensen en ICT bij de Belastingdienst. Daardoor werd het moeilijker om tegelijk het nieuwe stelsel op werkelijk rendement te bouwen.
De arresten waren dus niet alleen belangrijk voor oude belastingjaren. Ze beïnvloedden ook de planning van box 3 vanaf 2027 en later 2028. Het dossier verschoof van één toekomstige stelselwijziging naar twee omvangrijke projecten: herstel van het verleden en invoering van een nieuw systeem.
Reacties
Deel uw kijk op het artikel. Houd het inhoudelijk, respectvol en vrij van persoonsgegevens. Lees meer over privacy en moderatie.
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste die inhoudelijk reageert.