Werkelijk rendement vraagt meer controle
De Belastingdienst heeft voor de uitvoering van het nieuwe box 3-stelsel naar schatting 650 tot 800 extra voltijdsmedewerkers nodig. Dat meldde de staatssecretaris op 15 april 2024 aan de Tweede Kamer.
Het verschil met het huidige systeem is groot. Bij een forfaitaire heffing kan de Belastingdienst grotendeels werken met vaste percentages en vooraf bekende vermogensstanden. Een belasting op werkelijk rendement vraagt jaarlijks meer informatie over inkomsten, kosten, aankopen, verkopen en waardeveranderingen.
ICT vormt een harde randvoorwaarde
Naast extra personeel is nieuwe automatisering nodig. Banken en andere gegevensleveranciers moeten informatie in een bruikbaar formaat aanleveren, waarna de Belastingdienst die gegevens moet verwerken in de aangifte en aanslag.
In april 2024 werd duidelijk dat de ICT voor het nieuwe systeem niet vóór 2027 klaar zou zijn. Daarmee kwam de gewenste invoeringsdatum onder druk te staan. Een fiscale wet kan juridisch gereed zijn, maar zonder werkende systemen is invoering niet verantwoord.
Meer administratie voor belastingplichtigen
Niet alle gegevens zullen automatisch beschikbaar zijn. Denk aan verhuurinkomsten, buitenlands vastgoed, niet-beursgenoteerde beleggingen en bepaalde kosten. Belastingplichtigen moeten daarom zelf een completere administratie gaan voeren.
De uitvoeringswaarschuwing werd later een belangrijke reden om de invoering uit te stellen tot 2028. Voor spaarders en beleggers is de boodschap helder: de nieuwe box 3 wordt waarschijnlijk eerlijker in uitkomst, maar minder eenvoudig in uitvoering.
Reacties
Deel uw kijk op het artikel. Houd het inhoudelijk, respectvol en vrij van persoonsgegevens. Lees meer over privacy en moderatie.
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste die inhoudelijk reageert.